s.s. “Houston”, containerschip, 1969, aanvaring.

Foto boven: 14-1-1969. s.s. “Houston” in dok 8.

Veel werk aan de winkel voor de reparatie afdeling.
Aan de korte periode van betrekkelijke rust in onze reparatie-afdeling – een verschijnsel dat zich jaarlijks rond de kerstdagen en de jaarwisseling voordoet – is in het begin van het nieuwe jaar abrupt een einde gekomen. Behalve vele opdrachten van klein kaliber, boekte de afdeling enkele omvangrijke reparatiekarweien. Door deze plotselinge opleving is de hele afdeling dus al vroeg in het jaar op volle toeren gaan draaien. 
De komst van het Schotse vrachtschip “Bencruachan”, een hardloper van 12.000 brt, op 11 januari 1969 vormde min of meer het voorspel. Bij het afmeren in de Engelse haven Middlesborough had het fraaie schip een flinke kopschade opgelopen, welke door een ploeg RDM-ers binnen acht dagen in dok 9 werd hersteld. Dag en nacht is men voor deze reparatie, waarbij in totaal twintig ton nieuw staal werd verwerkt, in touw geweest. Zoals overeengekomen kon het schip op maandag 20 januari weer volledig hersteld zee kiezen. 
Een zware aanvaring tussen het Amerikaanse containerschip “Houston” (14.671 brt) en de Griekse tanker “Mariam” (12.951 brt) op donderdag 9 januari in de monding van de Theems, zorgde opnieuw voor handenvol werk. Het eerstgenoemde schip, zo werd kort daarop bekend, zou door de RDM worden gerepareerd. 
Zo kwam de “Houston” op 14 januari met een gapend gat in de boeg naar de werf, nadat het in de Beatrixhaven haar lading had gelost. De “Mariam” die er met een volledig gekraakte voorsteven veel slechter was afgekomen, had ook koers gezet naar Hoek van Holland en meerde met een lading olie af in de Botlek. Op het moment dat wij dit schreven (15 januari) was de kans groot dat ook dit schip door ons zou worden hersteld. De deerlijk gehavende “Mariam” zou van een nieuwe kop voorzien moeten worden; een karwei van minstens enkele weken. 
Alsof dit alles nog niet genoeg was, boekte de afdeling nog een reparatieboot, die behalve kopschade tevens averij had opgelopen aan het achterschip. Het was de Griekse vrachtvaarder “Nano” van 1391 brt, toevalligerwijs het duizendste schip dat Rotterdam in het nieuwe jaar aandeed. De schade was het gevolg van een aanvaring ter hoogte van Terschelling. Volgens een ruwe schatting zal de reparatie van de “Nano” ongeveer twee weken in beslag nemen. 
(Bron: Nieuws van de RDM, januari 1969) 

“Houston” vertrok.
Precies vier weken heeft onze afdeling reparatie nodig gehad om het danig gehavende containerschip “Houston” te herstellen. Daarmede hebben de RDM-ers die bij dit karwei betrokken zijn geweest een schitterende prestatie geleverd. Dag en nacht – zelfs in de weekeinden – zijn onze mensen in dok 8 en ook daarbuiten in touw geweest. Geheel volgens plan kon het schip op 14 februari van onze werf vertrekken. Er is niet minder dan 170 ton nieuw staal voor nodig geweest om de “Houston” in haar oude glorie te herstellen. 
Kort nadat de “Houston” dok 8 verliet nam de nog zwaarder beschadigde Griekse tanker “Mariam” haar plaats in. In de periode daarvoor was het schip van haar lading olie verlost en bij Tankercleaning gasvrij gemaakt. De kop van de “Mariam”, die door de aanvaring met de “Houston” bijna volledig in elkaar is gedrukt, zal nagenoeg geheel moeten worden vernieuwd. Onze experts hebben berekend dat hiervoor circa 265 ton nieuw staal benodigd zal zijn. Ook aan de “Mariam” zal dag en nacht worden gewerkt. Men streeft ernaar om het omvangrijke reparatiekarwei op 22 maart a.s. rond te hebben. Voor leken is dit wellicht een onmogelijke opgave, maar de RDM-ers hebben in het verleden al vele malen getoond niet voor een kleintje vervaard te zijn. 
(Bron: Nieuws van de RDM, februari 1969) 

Omschrijving:
In de Engelse haven Middlesborough had het fraaie schip de “Houston” een flinke kopschade opgelopen, Een zware aanvaring tussen het Amerikaanse containerschip “Houston” (14.671 brt) en de Griekse tanker “Mariam” (12.951 brt) op donderdag 9 januari in de monding van de Theems, zorgde voor handenvol werk. Het eerst genoemde schip, zo werd kort daarop bekend, zou door de RDM worden gerepareerd. De “Houston” kwam op 14 januari met een gapend gat in de boeg naar de werf, nadat het in de Beatrixhaven haar lading had gelost. Dag en nacht is men voor deze reparatie, waarbij in totaal twintig ton nieuw staal werd verwerkt, in touw geweest. Zoals overeengekomen kon het schip op maandag 20 januari weer volledig hersteld zee kiezen. 

Citaten:

Artikelen:
– Veel werk aan de winkel voor de reparatie afdeling, bedrijfsblad Nieuws van de RDM, januari 1969, blz. 8-9: 
PB-1969-01.pdf
– “Houston” vertrok, bedrijfsblad Nieuws van de RDM, februari 1969, blz. 6: PB-1969-02.pdf.

Bronnen: 
– Artikelen hierboven. 
– Stadsarchief Rotterdam.