Bouwnummer RDM-219, Hr. Ms. “De Zeven Provinciën”, 1950, Kruiser.

Foto boven: Kruiser HR MS De “Zeven Provinciën” aan de afbouwkade, kraanbaan 4 van de RDM op 11-04-1953.

Scheepswerf: RDM. 
Opdrachtgever: Staat der Nederlanden. 
Tonnage: 9500 twvp. 
Hoofdafmetingen: Loa = 185,70 m, Lpp = 182,40 m, B = 17,10 m, H = 11,70 m, d = 6,85 m. 
Voortstuwing: 4 olie-gestookte Yarrow ketels en 2 stel Parsons tubines met tandwieloverbrenging, 82000 apk, snelheid 33 kn. 
Verdere gegevens: Naamsein: C 802. 
Het schip is uitgerust met de modernste radarinstallatie, die toen beschikbaar was. 
De hoofdbatterij bestaat uit 8 kanons van 15 cm, opgesteld in 4 dubbelstorens, 2 op de bak en 2 op het achterschip. De luchtdoelbatterij bestaat uit 8 kanons van 57 mm, eveneens in 4 dubbelopstellingen. Daarnaast zijn er nog 12 mitrailleurs van 40 mm, alsmede een aantal oerlikons van 20 mm. 
De bemanning bestaat uit ongeveer 950 koppen. 

Historie: 
Op 19 mei 1939 werd Hr. Ms. “De Zeven Provinciën” bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam op stapel gezet. De bouw verkeerde in mei 1940 nog in het beginstadium en moest aanvankelijk op last van de bezetter worden voortgezet, doch werd later gestaakt. Het casco stond in mei 1945 nog op de helling. In feite heeft men alleen dit casco benut om na WO-II één van de modernste oorlogsbodems ter wereld te bouwen. 
De stapelloop vond plaats op 22 augustus 1950 en de doopplechtigheid werd verricht door H.M. Koningin Juliana. De afbouw vergde nog ruim drie jaar en op 17 december 1953 werd Hr. Ms. “De Zeven Provinciën” in dienst gesteld, een maand na het zusterschip Hr. Ms. “De Ruyter” (gebouwd bij Wilton-Fijenoord) dat op 18 november in dienst was gesteld. 
Ontelbaar zijn de reizen van dit schip geweest naar de Middellandse Zee, de West-Indische wateren, de Atlantische Oceaan en havens aan de Britse en Noorse kust; bovendien heeft deze kruiser deelgenomen aan talloze NAVO-oefeningen. Van 1962 tot 1964 werd “De Zeven Provinciën” verbouwd en uitgerust met het Terrier geleide wapensysteem. De kruiser was verschillende malen het vlaggenschip van Smaldeel 1 en Smaldeel 5. 
Ruim 37 jaar na haar kiellegging, op 7 juni 1976, werd Hr. Ms. “De Zeven Provinciën” van de sterkte afgevoerd. Toen het schip voor de laatste keer van de RDM-werf in de richting van Den Helder vertrok, trok ze nog bijna één van de RDM-sleepboten onder water. Was dat “stank voor dank” van haar? 
Het schip werd op 17 augustus 1976 aan Peru verkocht en herdoopt in “Almirate Aguirre”. Na deze verkoop aan Peru moest de raketwerpinstallatie van boord genomen worden, het schip zag er daarna dus weer redelijk origineel uit. Het is toen al oefenend in de richting van Peru vertrokken, samen met de jager “Garcia y Garcia” (de ex Hr. Ms. “Holland”, RDM bn 266). 

Citaten: 
– “Rotterdamsche Droogdok Maatschappij” door Evert van der Schee, blz. 84: 
… … “De Zeven Provinciën” behoort zeker tot de eregallerij van de R.D.M. Het was een kruiser voor de Nederlandse Marine waarvan de kiel werd gelegd in mei 1939. Er werd flink aan doorgewerkt, want – zoals bekend – oorlogsdreiging hing in de lucht. Men redde het niet met als gevolg dat de kruiser pas op 22 augustus 1950 door HM Koningin Juliana te water werd gelaten. Het schip werd op 17 december 1953 officieel aan de Koninklijke Marine overgedragen. Van kiellegging tot oplevering, een periode van 14 jaar en zeven maanden. Het was leeg op de R.D.M., toen de kruiser uiteindelijk was vertrokken. … … 
– “Rotterdamsche Droogdok Maatschappij” door Evert van der Schee, blz. 98 & 101: 
… … Op 20 november ’61 ontving de R.D.M. van de Marine de eervolle opdracht tot het bouwen van het bevoorradingsschip de “Poolster”. “De Zeven Provinciën” verscheen in 1964 ook weer aan de werf, dit keer voor een modernisering van de bewapening. Beide opdrachten waren voor ZKH Prins Bernhard aanleiding om op 19 mei 1964 een werkbezoek aan de R.D.M. te brengen. … … 
– “Rotterdam Oorlogshaven” door Jac. J. Baart, blz. 107: 
… … De in aanbouw zijnde kruisers boden niet alleen gelegenheid tot afschrijven van veel manuren, maar ook om onder te schuilen bij luchtaanvallen. Arbeiders die bij de RDM en Wilton in de buurt werkten, vluchtten bij luchtalarm massaal onder de op de helling staande romp en doken weg tussen de kielblokken. Men ging ervan uit dat het casco een mooi doelwit zou zijn voor de Engelse luchtmacht, maar wist uit ervaring ook dat zogenaamde precisiebombardementen vrijwel altijd het beoogde object misten. 
KH 1 bij Wilton bereikte een wat verder stadium dan het zusterschip bij de RDM. Dat zal wel een gevolg zijn geweest van het volgzamer karakter van de directie daar. De kruiser kreeg nog de spitsere ‘Atlantikbug’ en ging ermee op 24 december 1944 te water om als versperring in de Nieuwe Waterweg afgezonken te worden. De Duitse marineleiding zag van het kelderen af en het casco bleek na de capitulatie evenals dat van de nog op de helling staande EENDRACHT 
(dat werd later “De Zeven Provinciën”) nagenoeg onbeschadigd en geschikt om verder te gebruiken. 
Het kruiserproject had een aanzienlijke omvang. Het hield bij beide werven een groot aantal werknemers binnen de poorten en leverde de Duitse marine uiteindelijk niets op. De RDM stuurde op 24 maart 1943 nog een rekening, de vierde Rate van Hfl. 1.033.448,30. Het bedrag werd door de opdrachtgever tijdig overgemaakt. En dat was het dan, tot na de oorlog de tekeningen weer op tafel kwamen. … …
 

Artikelen: 
– Nieuwe opdrachten / Plannen voor twee nieuwe kruisers / Aanbouw kruisers / De kruiser “De Zeven Provinciën” door 
  H.M. Koningin Juliana te water gelaten
, Schip en Werf: 219-S&W.pdf
– Tewaterlating Hr. Ms. Kruiser “De Zeven Provinciën”, personeelsblad “De Wekker”, september 1950, blz. 1-6: 
  PB-1950-09.pdf
– “De Zeven Provinciën”, personeelsblad “De Wekker”, juli 1953, blz. 1-12: PB-1953-07.pdf

Bronnen:
Stadsarchief Rotterdam. 
– Archief Piet Holswider – Maassluis.
– Boek “Rotterdam Oorlogshaven” door Jac. J. Baart 
– Joop van Gink, Vlaardingen. 
– Rob Koedam, Kortgene.