Bouwnummer RDM-105, “Moa” (1), 1919, drijvende bok.

Foto boven: 13-10-1965. Nieuw voorschipsdeel in de takels van bok “Moa” (1) (RDM-105) voor vrachtschip m.s. “Moerdyk” RDM-315.

Scheepswerf: NW/ RDM. 
Opdrachtgever: De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij N.V., Rotterdam. 
Tonnage: ca. 50 ton, 130 twvp. 
Hoofdafmetingen: L = 15,15 m, B = 10,00 m, H = 1,60 m. 
Voortstuwing: Geen. Kromhout motor, no. 15291, voor hijsvermogen. 
Verdere gegevens: Brandmerk 9769 b Rott, 1956. 
Moa’s waren grote niet-vliegende vogels, die leefden in Nieuw-Zeeland. 

Historie: 
In 1919 (volgens S&Dv) door de NW aan de RDM opgeleverd. 
Andere bronnen vermelden dat deze drijvende bok in 1919 door de NW aan de NW opgeleverd werd als “Schiedam” en pas in 1926 naar de RDM ging als de drijvende bok “Moa”. 
In 1970 doorhaling van de teboekstelling en gesloopt. 

E-mail: 23-9-2025. Volgens mij: van de naam Moa is pas sprake na 1946. De Moa was een bok waarvan het ponton mogelijk van de Nieuwe Waterweg was, of ook van de RDM, ( bijvoorbeeld de bok zwaan) Hoe zit dat? Twee (of meer) bokken van RDM of Nw zijn verloren gegaan in WO II.  Een van deze pontonnen van die verloren gegane bokken wordt het ponton van de nieuwe bok Moa RDM-324. De nieuwe Moa was een grotere kraan/bok, maar dus gemonteerd op het oude vooroorlogse ponton, dat eigenlijk iets te klein was. Hierdoor had de Moa een iets te kleine hijscapaciteit. Deze Moa heeft dus bij de RDM gewerkt van 1946 tot 1969. In 1969 kreeg de Moa een nieuw groter ponton en werd ook het kraangedeelte deels vervangen (verhoogd). De foto van de Lekbrug laat zeker niet de Moa zien.

Groeten, Albert Ringeling.

Bronnen:
– 1902-1952, Een Halve Eeuw “Droogdok”, uitgegeven door de RDM, 23 januari 1952. 
– Sleep & Duwvaart